Je hebt je tekening af, je uploadt hem in de configurator en dan komt er een melding. Of je krijgt een paar dagen later bericht dat er iets niet klopt. Vervelend, want je wacht al op je onderdelen. Meestal ligt het niet aan het bestandsformaat, maar aan het ontwerp zelf. Deze vier fouten komen steeds terug.
Een lasersnijmachine snijdt bijna elke vorm, maar niet elke vorm is geschikt. De laserstraal heeft een breedte, het materiaal reageert op warmte en dunne stukken metaal vervormen. Daarom controleren we elk bestand op vaste grenzen, voordat het naar de machine gaat. Loopt die controle vast, dan hoor je dat voordat het materiaal in de machine ligt. Dat scheelt je een onbruikbare serie. Alle grenzen per bewerking staan in onze productierichtlijnen.
De fout die het vaakst voorkomt, zit in de gaten. Een gat dat op je scherm prima oogt, is te klein zodra je hem naast de plaatdikte legt. De vuistregel: bij een plaatdikte van 2,5 tot 15 mm is de minimale maat 0,7 keer de plaatdikte. Bij 10 mm staal is dat minimaal 7 mm. Teken je hem kleiner, dan graveren we hem in plaats van te snijden.
|
Plaatdikte |
Minimale maat voor gaten, sleuven en dammen |
Minimale radius in een binnenhoek |
|---|---|---|
|
1 tot 2 mm |
1,5 mm |
0,4 tot 0,5 mm |
|
2,5 tot 15 mm |
0,7 x de plaatdikte |
0,55 tot 1,8 mm |
|
20 tot 25 mm |
gelijk aan de plaatdikte |
2,3 tot 2,8 mm |
De volledige tabellen staan in de productierichtlijnen voor lasersnijden.
Joost van Gompel - Accountmanager
Teken je een rechte hoek in de contour scherp, dan ronden wij hem af met een radius van 0,3 mm plus 0,1 keer de plaatdikte. Bij 6 mm materiaal is dat 0,9 mm. Je product wijkt op die plek dus af van je tekening. Zet je die radius zelf in je ontwerp, dan bepaal je vooraf hoe de hoek eruitziet in plaats van dat wij dat voor je invullen.
De machine volgt een gesloten pad. Zit er ergens een opening van een honderdste millimeter, dan herkent het systeem je vorm niet als contour. Hetzelfde geldt voor lijnen die dubbel over elkaar liggen. Controleer je contouren voor je exporteert. In onze uitleg over DXF-bestanden lees je hoe je een bestand kaal en op schaal aanlevert.
Tussen twee uitsparingen blijft een strook materiaal staan, een dam. Daarvoor geldt dezelfde grens als voor gaten en sleuven: 1,5 mm bij platen van 1 tot 2 mm, 0,7 keer de plaatdikte van 2,5 tot 15 mm en minimaal de plaatdikte bij 20 en 25 mm. Teken je hem smaller, dan passen wij de waarde uit de tabel toe en krijg je dus een ander product dan je tekende. Voor een losse smalle strip gelden aparte maten om kromtrekken te voorkomen: minimaal 15 mm breed tot een lengte van 750 mm, 40 mm tot 1.500 mm en 60 mm daarboven.
Wij snijden, tenzij alders vermeld, volgens ISO 9013, de norm voor thermisch snijden. Bij plaatwerk tot 3 mm blijft de afwijking op de meeste maten tussen 0,2 en 0,4 mm. Hoe dikker de plaat en hoe langer de contour, hoe ruimer die tolerantie wordt, tot 2,5 mm bij de grootste maten in het dikste materiaal. Daarnaast blijft op elk product zichtbaar waar de laser begon en stopte. Heb je een passing die strakker moet, geef dat dan bij je aanvraag door.
Voor vlak plaatwerk lever je een DXF aan, in millimeters en op schaal 1:1. Werk je in 3D, dan is een STEP-bestand handiger, omdat daarin de volledige geometrie van je model zit. Houd het bestand hoe dan ook kaal: geen maatvoering, kaders of tekst die niet gegraveerd hoeft te worden. In onze uitleg over STEP-bestanden lees je hoe je die export maakt.
Controleer voor je op verzenden klikt de punten die het vaakst misgaan:
Komt er toch een melding, dan weet je waar je moet kijken.
Heb je de checklist doorlopen, dan upload je je bestand en zie je binnen een minuut je prijs. Twijfel je over een detail, leg je tekening dan voor aan ons support-team. Liever een vraag vooraf dan een serie die niet klopt.